Weg met uitstelgedrag tijdens je studie

Weg met uitstelgedrag tijdens je studie

Soms voelt het alsof studeren vooral bestaat uit het vermijden van studeren. Nog even op je telefoon kijken, een aflevering aanzetten of de was doen in plaats van beginnen. Dat kleine moment van uitstellen lijkt onschuldig, maar het zorgt er vaak voor dat de druk alleen maar groter wordt. Veel studenten herkennen dit gevoel, en toch is het lastig om ermee te stoppen. Gelukkig zijn er manieren om uitstelgedrag aan te pakken die wél werken.

Waarom je eigenlijk uitstelt

Voordat je iets kunt veranderen, moet je weten waarom je het doet. De meeste studenten stellen niet uit omdat ze lui zijn, maar omdat ze bang zijn dat iets moeilijk of saai wordt. Soms wil je het perfect doen, en begin je daarom liever niet. Ook stress of te veel taken tegelijk kunnen ervoor zorgen dat je blokkeert. Je brein kiest dan automatisch voor iets wat makkelijker voelt, zoals TikTok of even chillen.

Een goede eerste stap is eerlijk naar jezelf kijken. Vraag je af wat de echte reden is dat je niet begint. Is het angst om te falen? Vermoeidheid? Of weet je gewoon niet waar je moet starten? Zodra je weet wat jou tegenhoudt, kun je beter bepalen wat helpt om toch te beginnen.

Kleine stappen in plaats van grote plannen

Een veelgemaakte fout is dat studenten te groot denken. Je neemt je voor om een hele samenvatting te schrijven of een hoofdstuk te leren, maar dat voelt meteen zwaar. Probeer in plaats daarvan kleine stappen te zetten. Begin bijvoorbeeld met tien minuten werken. Vaak merk je dat, zodra je begonnen bent, het veel makkelijker gaat.

Gebruik een timer of de bekende Pomodoro-techniek: 25 minuten werken, 5 minuten pauze. Zo houd je focus, maar voelt het niet eindeloos. Een ander handig trucje is het werk zichtbaar maken. Zet je planning op papier of hang hem boven je bureau. Zo weet je precies wat je te doen hebt, zonder dat het als één groot project voelt.

Maak van studeren een gewoonte

Mensen zijn gewoontedieren. Als je elke dag op hetzelfde tijdstip begint, wordt studeren vanzelf iets wat je lichaam herkent. Zet bijvoorbeeld elke ochtend na het ontbijt je laptop open. Door vaste momenten te kiezen, hoeft je brein minder moeite te doen om te starten.

Ook je omgeving helpt. Een opgeruimde plek zonder afleiding maakt het makkelijker om in de juiste mindset te komen. Als je gewend bent om te leren op je bed, verplaats je dan eens naar een tafel of bibliotheek. Die kleine verandering zorgt vaak al voor meer concentratie.

Weg met afleiding

De grootste vijand van productief werken is afleiding. Je telefoon is daarin de grootste boosdoener. Elk berichtje haalt je uit je concentratie, en het kost tijd om daarna weer in je werk te komen. Leg je telefoon dus weg, zet meldingen uit of gebruik een app die tijdelijk blokkeert wat je niet nodig hebt.

Als je merkt dat je steeds op zoek gaat naar iets anders om te doen, schrijf het op een notitieblaadje. Zo onthoud je het, maar onderbreek je je studie niet. Vaak merk je dat die taken minder belangrijk zijn dan ze op dat moment lijken.

De kracht van realistische doelen

Veel uitstelgedrag ontstaat omdat je doelen te groot of te vaag zijn. “Ik ga leren voor mijn tentamen” zegt eigenlijk niets. Beter is: “Ik lees hoofdstuk 3 en maak de samenvatting af.” Hoe duidelijker het doel, hoe groter de kans dat je echt aan de slag gaat.

Beloon jezelf als je iets hebt gedaan. Dat kan klein zijn, zoals een kop koffie, een korte wandeling of even scrollen. Door studeren te koppelen aan iets positiefs, houd je het langer vol. Vergeet ook niet om af en toe pauze te nemen. Te lang doorgaan werkt averechts, omdat je concentratie dan vanzelf zakt.

Hoe je je brein te slim af bent

Je brein zoekt altijd naar gemak. Dat betekent dat het vaak kiest voor korte beloningen, zoals ontspanning, in plaats van lange beloningen, zoals goede cijfers. Door dat te weten, kun je er slim mee omgaan. Begin met de makkelijkste taak. Zodra je bezig bent, krijgt je brein een gevoel van succes, en dat helpt om door te gaan.

Probeer ook de drempel om te starten zo laag mogelijk te maken. Leg je boeken alvast klaar, open het document waar je aan moet werken of schrijf op wat je de volgende dag gaat doen. De kans dat je dan echt begint, is veel groter.

Omgaan met stress en motivatie

Soms komt uitstellen door stress. Als je te veel druk voelt, blokkeer je. Dan lijkt het makkelijker om even niks te doen. Zorg dat je goed voor jezelf zorgt: slaap genoeg, eet gezond en beweeg regelmatig. Je lichaam en geest hebben energie nodig om te presteren.

Motivatie is ook belangrijk. Denk niet alleen aan wat je móet doen, maar ook aan waarom. Wil je dat diploma halen? Meer rust in je hoofd? Of trots zijn op jezelf? Als je weet waarom iets belangrijk voor je is, wordt het makkelijker om te beginnen, zelfs als je geen zin hebt.

Verwacht geen perfectie

Perfect willen zijn is een van de grootste oorzaken van uitstelgedrag. Veel studenten wachten tot ze zich “klaar” voelen om te beginnen, maar dat moment komt zelden. Begin gewoon, ook als het nog niet perfect is. Je kunt later altijd verbeteren.

Zie fouten niet als iets negatiefs, maar als onderdeel van leren. Elke poging, hoe klein ook, brengt je verder. Hoe vaker je begint, hoe makkelijker het wordt om die eerste stap te zetten.

Kleine gewoontes, groot verschil

Uitstelgedrag verdwijnt niet van de ene op de andere dag, maar elke kleine verandering helpt. Als je elke dag een beetje oefent in starten, zie je al snel verschil. Houd bij wat werkt voor jou: vaste tijden, korte blokken, of beloningen.

Het belangrijkste is dat je blijft proberen. Niemand werkt altijd perfect. Wat telt, is dat je jezelf leert begrijpen en stap voor stap beter wordt in omgaan met uitstellen. Met wat discipline, structuur en eerlijkheid tegenover jezelf kom je verder dan je denkt.

Scroll naar boven